Coteaux du Layon
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Terroir
Natuurlijke factoren
- Dominante schistische ondergrond, mogelijk bedekt door detritische afzettingen uit het Cenomanien of het Plioceen, afhankelijk van de topografie.
- Bodems die plaatselijk zijn ontstaan uit ryolieten, spilieten, puddingstenen/zandsteen uit het Carboon, of uit kwarts en phtanieten uit het Siluur.
- Mesokliaat met zuidelijk karakter, bevestigd door de aanwezigheid van steeneiken en parasoldennen in de plaatselijke flora; 13 gemeenten in Maine-et-Loire.
Menselijke factoren
- Late oogst gedocumenteerd vanaf 1600: Olivier de Serres merkt op dat de druiven van Anjou « commencent à tomber à terre » voor de oogst; deze praktijk werd in 1845 bevestigd door graaf Odart.
- De opkomst van het wijngebied is verbonden met Hollandse makelaars (16e eeuw) en de werken aan de Layon in 1780 ten behoeve van « les grands bateaux de la flotte hollandaise ».
Producteigenschappen
- Wijnen van de hellingen van Beaulieu, Faye-d'Anjou en Saint-Aubin gekenmerkt door 'edele rotting' (Botrytis cinerea); aroma's van gedroogde en geconfijte vruchten en honingachtige geuren.
- Diepe gele kleur (met groene reflexen) in de jeugd, evoluerend naar goudgeel-amber met de leeftijd; aroma's van kweepeer, peer en honing; houdbaar tot 20 jaar, soms zelfs een eeuw.
Verband terroir / wijn
- De ochtendnevels van de Layon bevorderen de Botrytis cinerea ('edele rotting'), waardoor de druiven overrijpheid kunnen bereiken.
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.
Bronnen
- Productdossier (BO Agri, PDF), JORF 17 décembre 2025
- Officiële INAO-tekst (show_texte)
- INAO-productfiche
- Officiële site van de wijnorganisatie — InterLoire