Lussac Saint-Emilion
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Aanvullende druivenrassen
Terroir
Natuurlijke factoren
- Hellingen op kalksteen met 'astéries' van Oligocene ouderdom, met tafelachtige plateaus met ondiep bodemoppervlak waarop oude steengroeven voorkomen.
- In het noorden detritische afzettingen (zanden, grinden, zandige kleien) afkomstig uit het Massif Central, daterend uit het Eoceen en het Oligoceen. (via Wikipedia · CC BY-SA 4.0)
- Uitgeloogde bodems met geringe vruchtbaarheid: kleiig-kalkachtig in het zuiden en de kern; zandig-kleiig of zandig-lemig in het noorden.
- Golvend reliëf (hoogste punt: Butte de Picampeau, 81 m), doorsneden door een uitgebreid hydrografisch netwerk.
- Gematigd oceanisch klimaat met continentale nuances (warmere zomer/herfst), wat leidt tot een uitgesproken jaargangeffect.
Menselijke factoren
- Het recht om 'Lussac' te koppelen aan 'Saint-Émilion' is ontleend aan een uitspraak van het Hof van Bordeaux van 19 februari 1923, waarin de plaatselijke, loyale en bestendige gebruiken werden erkend.
- Merlot domineert de beplanting sinds de phylloxeracrisis (einde 19e eeuw); de druif vertegenwoordigt meer dan 65% van de aanplant rond Saint-Émilion. (via Wikipedia · CC BY-SA 4.0)
Producteigenschappen
- Krachtige en ronde wijnen met een diepe kleur, intense aroma's van rood fruit die bij veroudering een complex bouquet ontwikkelen.
- Rijping op barriques kan geroosterde en vanilleachtige nuances toevoegen, waardoor zowel het aromatisch palet als de structuur worden verrijkt.
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.