Muscadet Sèvre et Maine
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Terroir
Natuurlijke factoren
- Grillig reliëf op hellingen boven de Loire, Sèvre, Maine en hun zijrivieren, met een dicht hydrografisch netwerk.
- Atlantisch klimaat met frisse zomers onder oceaanbriesjes; zachtere winters in het noorden (Goulaine) dan in het zuidoosten (Gorges, Clisson).
- Grote diversiteit aan primaire gesteenten: micaschisten, gneis, gabbro's, orthogneis, granodioriet en grof korrelig graniet, naargelang het deelgebied.
- Gabbro's in het oosten (DGC Gorges / Mouzillon-Tillières) versus grof korrelig graniet in het zuiden (DGC Clisson), geïsoleerd door een breuk.
- Doorlatende, bruine, zandige en kiezelrijke bodems, weinig diep, matig vruchtbaar, met beperkt watervasthoudend vermogen; meer kleiig op gabbro's.
Menselijke factoren
- De « méthode nantaise » houdt in dat de wijnen minstens één winter zonder aftappen op hun fijne droesem blijven, wat door autolyse van de gisten rondte en vettigheid toevoegt.
Producteigenschappen
- Droge witte wijnen: evenwicht tussen rondte en frisheid, bouquet met overwegend fruitige of bloemenige tonen; de vermelding « sur lie » geeft extra rondte en een licht parelend karakter.
- De DGC's bieden contrasterende profielen: mineraal/mentholachtig voor Gorges, zeer geconcentreerd/rijpe vruchten voor Clisson, bloemig/zoutig/gespannen voor Château-Thébaud.
Verband terroir / wijn
- Bodems op verweerde gabbro's (« Gorges ») + laat klimaat + lange reductieve rijping op droesem → levendige wijnen met een zeer frisse mineraliteit in de neus.
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.
Bronnen
- Productdossier (BO Agri, PDF), JORF 29 novembre 2025
- Officiële INAO-tekst (show_texte)
- INAO-productfiche
- Officiële site van de wijnorganisatie — InterLoire