Penisola Sorrentina
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Falanghina B. (Falanghina Flegrea)BiancolellaGreco Bianco B. — Greco (Greco Bianco Di Tufo)Sciascinoso N. (Sciascinoso)Aglianico
Terroir
Natuurlijke factoren
- Monti Lattari: carbonatische sedimenten opgebouwd over ~200 miljoen jaar, witte kalkstenen gesteenten van mariene oorsprong.
- Op de hellingen van de Monti Lattari domineren Andosols (Molli-Vitric, Pachi-Vitric, Vitric, Lepti-Eutrisilic), bodems van vulkanische oorsprong.
- Op de heuvelruggen van het schiereiland overheersen kalkrijke en skeletrijke Cambisols, met aanwezigheid van Andosols.
- De productzone strekt zich uit van Castellammare di Stabia tot Punta Campanella, met drie subzones: Gragnano, Lettere, Sorrento.
Menselijke factoren
- De Grieken waren de eerste wijnbouwers op de Monti Lattari en leerden de Osken hun technieken; ~50 Romeinse villa's met torcularium getuigen van wijnbouw als hoofdactiviteit.
- Tot halverwege de twintigste eeuw kochten Napolitaanse handelaars de nieuwe wijn van Gragnano die per traìni werd vervoerd; in 1845 bevestigde Il Gigante de aanwezigheid ervan in elke wijnkelder van Napels.
Producteigenschappen
- Wijn uit Sorrento werd al in de zestiende eeuw geprezen als 'delicaat zomerdrinken', geschikt om 'de dorst te lessen', zelfs door Paus Paolo III Farnese.
Verband terroir / wijn
- Vulkanische bodems (Andosols) op de Monti Lattari en kalkrijke bodems (Cambisols) op de heuvelruggen: een dubbele geologische matrix die de wijnen van de denominazione vormgeeft.
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.
Bronnen
- eAmbrosia-register (EU) — Dossiernummer PDO-IT-A0280