Rosé d'Anjou
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Aanvullende druivenrassen
Terroir
Natuurlijke factoren
- Zone die twee grote geologische gehelen overlapt: het Massif armoricain (precambrisch/paleozoïsch basement) in het westen en het Bassin parisien (mesozoïcum/cenozoïcum) in het oosten
- Het 'Anjou noir' (leisteen-schisten, west) tegenover het 'Anjou blanc' (craie tuffeau, oost): twee sterk contrasterende bodemidentiteiten
- 88 gemeenten verspreid over 3 departementen: 68 in Maine-et-Loire, 11 in Deux-Sèvres, 9 in Vienne
- Schrale bodems met een gematigde waterreserve, afkomstig van uiteenlopende geologische formaties, maar met een gunstig thermisch gedrag
- Beschermend foehn-effect: de reliëfs van het Choletais en de Mauges beperken de neerslag (~585 mm/jaar vs ~800 mm in het Choletais)
Menselijke factoren
- Wijngaard gedocumenteerd vanaf de 1e eeuw n.Chr.; bekendheid verworven in de 12e–13e eeuw dankzij het koninkrijk van Henri II en Aliénor d'Aquitaine
- Rosédruitrassen: cabernet franc, cabernet-sauvignon, grolleau, grolleau gris, gamay en pineau d'Aunis, die 'clairet'-wijnen met weinig kleur opleveren
Producteigenschappen
- Rosé d'Anjou: aroma's van rode vruchten, mentholtonen, citrus; frisse en ronde mond, serveren op 8 °C
- Rode wijnen: tanninerijke structuur, tonen van rode vruchten, overwegend licht van stijl, te drinken binnen 3 jaar na de oogst
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.
Bronnen
- Productdossier (BO Agri, PDF), JORF 21 janvier 2024
- Officiële INAO-tekst (show_texte)
- INAO-productfiche
- Officiële site van de wijnorganisatie — InterLoire