Todi
Stijlen
Hoofddruivenrassen
Terroir
Natuurlijke factoren
- Overwegend heuvelachtige, kleiig-siltige bodems: 40,5% klei, 45,1% silt, 14,4% zand, alkalische pH van 7,58.
- Sterke aanwezigheid van calciumcarbonaat (21,6%) en organische stof; subangulaire polyedrische bodemstructuur.
- Hoogte van 250 tot 600 m boven zeeniveau op zuidelijk en zuidoostelijk georiënteerde hellingen, met gunstige dag-nachttemperatuurverschillen.
- Thermische index Winkler 1.700–1.900 graaddagen; Huglin-index 2.300–2.500 heliotherme eenheden.
- Jaarlijkse neerslag 750–800 mm; 25–35% van de regenval tijdens het vegetatieseizoen; goede ventilatie beperkt ziektedruk.
Menselijke factoren
- De Grechetto heeft, ondanks zijn naam, geen genetische verwantschap met Griekse druivenrassen: onderzoek plaatst hem in de buurt van de Emiliaanse Pignoletto en de Ribolla Riminese.
- Het biotype van Todi werd in 1954 door Pasqualoni beschreven als krachtig groeiend, met een kleine tros, gemiddelde productiviteit en fijne kwaliteit.
Producteigenschappen
- Grechetto bianco: heldere wijn met groenachtige reflexen, aroma van fruit dat aan peer doet denken, een vrij harmonische smaak en gematigde zuurgraad.
- Pasqualoni (1954) omschrijft het biotype Todi als een druivenras van 'fijne kwaliteit', met een kleine tros en gemiddelde productiviteit.
Verband terroir / wijn
- Kleiig-siltige bodems (40,5% klei, 45,1% silt), rijk aan calciumcarbonaat (21,6%) en alkalisch (pH 7,58), bevorderen de rijping van de Grechetto.
Feiten afgeleid uit de terroir-bandsectie (Lien au terroir) door automatische interpretatie — zie de bron.
Bronnen
- eAmbrosia-register (EU) — Dossiernummer PDO-IT-A0849